Zaadhandelaar, zaadkoper

Handelaar in zaden, eventueel ook in granen.

Zaagsmid, zagenmaker

Een van de smidsspecialismen. Er waren (en zijn) vele soorten zagen voor allerlei doeleinden van zeer klein tot behoorlijk groot. Metaalzagen met fijne tandingen, houtzagen (o.a. ten behoeve van de houtzaagmolens) enz. die voor de fabrieksmatige productie ontstond door de zaagsmid of zagenmaker werd vervaardigd en zo nodig werden bijgehouden.

Zadelmaker, zadelmaakster

Vervaardiger van zadels voor ruiters. Daarnaast vervaardigde en repareerde hij/zij als regel ook het gareel.

Zakkendrager, sackedrager

Persoon die als beroep zakken (met inhoud) transporteerde.  O.a. graan, meel en turf.
Ze waren in gilden georganiseerd.

Zakkendrapier, zakkentrapier

Ondernemer, die in eigen beheer of als thuiswerk jute zakken vervaardigde.
Zakkenlapster

Vrouw die kapotte (meel)zakken herstelde.
Zakkenplakker, zakkenplakster 

Papieren zakken/zakjes werden voor dit proces gemechaniseerd werd, handmatig gevouwen en geplakt. (Ik meen dat dit ook in gevangenissen gebeurde.
Zalfverkooper

Als regel een kwakzalver, die smeersels verkocht, die volgens hen allerlei kwalen en aandoeningen konden genezen.
Zalmrooker

Een gedeelte van de gevangen zalmen was niet direct voor de consumptie bestemd maar werd geconserveerd door ze te roken.

Zalmvisser

Zalm werd vroeger veel gegeten. Men onderscheidde winterzalm, gevangen van november tot mei, zomerzalm, gevangen in juni, St Jacobszalm in juli en augustus.
De vangst vond op verschillende manieren plaats. Men maakte onder meer gebruik van zegens, netten van oever tot oever en van de oppervlakte tot de bodem. Bij de drijfvisserij waren de netten, die met de stroom meedreven, zo’n 2 ½ meter hoog. Deze dreven met de stroom mee, waarbij de onderkant tot de rivierbodem reikte. Een derde vorm vond plaats door middel van staketsel, van de kant naar het diepe uitgebouwd, waar tussen vuiken of netten werden geplaatst. In Goeree  vervaardigde men wel “tuinen” van dun rijshout, waar de zalm bij hoogwater overheen zwom en bij eb achterbleef.
De zegenvisserij was de belangrijkste, de drijfvisserij heeft het het langst volgehouden.
Winterzalm was de beste en de zwaarste (10 tot 15 kg).

Zanddrager 

Vervoerde met geijkte manden verschillende soorten zand van de zandschepen naar de afnemers.
Zandvoerder

De zandvoerder vervoerde per schip of per wagen zand.
Zeemtouwer

Door de zeemtouwer werden de huiden van herten, elanden, reeën, hamels, schapen, soms ook kalfsvellen, bovendien ook ossenhuiden (voor riemen, koppels en bandelieren van miliairen) in zeemgaar leer of  zeemleer veranderd. Het looimiddel dat hierbij gebruikt werd, is vet of traan. Het werd hoofdzakelijk gebruikt voor het maken van kledingstukken, vooral broeken, bretels, vesten, handschoenen en ook banden en verbanden voor chirurgisch gebruik.

Zeepziederij (seepsiederij, zeperij)

Het oudst bekende recept voor een zeepachtig product is gevonden op een ongeveer 5000 jaar oud kleitablet uit Tello bij Mesopotamië. Rond het begin van onze jaartelling werd te Rome een nieuw product uit Gallië ingevoerd dat sapo werd genoemd, een term waaraan o.a. ons woord zeep aan ontleend is. Grondstoffen waren talk (afkomstig van schapen- of geitenvet) en potas.
In de zevende eeuw komt men dit product tegen als geneesmiddel en vanaf de negende eeuw was er sprake van de opkomst van het ambacht en de handel. Eerst in de veertiende eeuw weten we van zeepgilden ten noorden van de Alpen. Wanneer ook hier te lande zeep werd geproduceerd is, voor zover ik weet, niet bekend. In de zestiende eeuw waren ze in ieder geval ook hier te lande aanwezig, o.a. in Gouda en Amsterdam.

De eerst bekende vermelding van de aanwezigheid van een zeepambacht stamt uit Gouda. In 1507 werd via een ordinantie van de oly ende seepmaeten aan de zeepzieders de verplichting opgelegd de producten in geijkte tonnen te verpakken.
Uit 1526 is een voorschrift bekend met voorschriften waaraan de Amsterdamse zeepzieders moesten voldoen. Een aantal keurmeesters moest toezien op de naleving van de voorschriften.
Zeepziederijen waren meest kleinere bedrijven met twee tot drie knechten. In de zeventiende eeuw had elke stad er wel een of meer.

De belangrijkste grondstoffen voor de fabricage waren soda, een natriumzout, gebruikt voor de hardere zeepsoorten en potas, gebruikt voor de zachtere zeepsoorten en olie. Soda werd ingevoerd uit Afrika en Spanje. Potas werd gewonnen uit de as van verbrande bomen en planten. De olie kon betrokken worden van de oliemolens, die inlandse oliezaden gebruikten zoals hennep-, raap- en lijnzaadolie. Hoewel bijv. o.a. darmwasserijen vrijkomend vet aan zeepziederijen verkocht zouden hebben, was althans in Amsterdam dit ten strengste verboden. Ook mocht geen talk, reusel, kookvet, walvis- en robbentraan als grondstof worden gebruikt. De Amsterdamse zeepzieders zouden zich over het algemeen wel aan deze voorschriften gehouden hebben.

In de Nederlanden werd in de eerste tijd voornamelijk zachte groene zeep gemaakt met als vaste bestanddelen raap-, hennep- en lijnolie en potas, scherper gemaakt met ongebluste kalk (30 delen fijngestampte potas gevoegd bij 25 delen kalk.
Over de productie vond ik uiteenlopende versies.

  1. De olie werd in ketels verhit en het loog werd zorgvuldig bijgegoten. Na 6 tot 8 uur kon de zeep uit de ketels in vaten worden geschept, die dicht gekuipt konden worden als het gewicht was vastgesteld. Zonder toevoeging had deze zeep een bruingele kleur. Na toevoeging van indigo werd de kleur groen.

  2. In een ketel die verwarmd kan worden wordt kaliloog gegoten. Hieraan voegt men de juiste hoeveelheid warme olie onder voortdurend roeren toe. Het mengsel wordt verwarmd en geroerd waardoor de verzeping van de vetten plaats vindt. Op de eerste dag vindt een inleidend verzepingsproces plaats. In de volgende nacht wordt de ketel goed warm gehouden. De tweede nacht wordt het teveel aan vet met behulp van potas of soda “afgericht”. Nadat op deze wijze een goede verhouding van vet en loog is verkregen kan de zeep afkoelen.
    De waarschijnlijk eerste Nederlandse beschrijving van het zeepziederambacht verscheen in 1791 “De Zeepzieder” geleverd door P.J. Kasteleyn.
    In de negentiende eeuw veranderen productiemethoden, materialen en grondstoffen.

Op het einde van de negentiende eeuw kwam voor huishoudelijk gebruik de harde zeep meer in zwang. (HML)

Bronnen:
H. Bemelmans, Een zeepziederij in Gouda, uitg. Stichting Bedrijfsmonumenten Midden-Holland z. jaartal.
Jack Otsen, Zeepziederij “De Swaen” in Purmerend, Ned. Historiën 1991, pag. 129-133.
Ben van Eysselsteyn, de geschiedenis van de zeep. Uitg. Unilever, 1962
Zegellakmakerij

Vervaardiger van zegellak. In de Amst. Crt. Van 5 juni 1798 is de volgende advertentie opgenomen:
In de zegellakfabriek van Johs. Tjallingh op de Prinsegracht tusschen de Beere- en Runstraten wordt ten minsten pryzen verkogt diverse soorten van rood en zwart zegellak van één tot vyf gulden het pond; alsmede eene daartoe expres vervaardigde soort van ongeglansd rood en zwart lak of flessenlak . . . . .  alles by de party onder behoorlyke korting.
Zeildoekwever

Destijds werd vooral in Assendelft en Krommenie als huisindustrie zeildoek geweven. Dit was zwaar werk want aan zeildoek werd hoge eisen gesteld. De weefgetouwen waren het eigendom van de fabrikant. Deze verstrekte alleen het garen. Al het overige gereedschap en benodigdheden moest de wever zelf bekostigen.

Zeilmaker

Vervaardiger van zeilen. Een zeil werd destijds gemaakt uit sterk linnen doek, gewoonlijk bestaande uit verscheidene banen (kleden) en aan de rand met touwen (lijken) benaaid. (ontleend aan een oude Van Dale).

Zeilnaaldenmakerij

Producent van zeilnaalden. Voor de vervaardiging van zeilen waren speciale extra sterke naalden nodig. Deze werden vervaardigd in een speciale zeilnaaldenmakerij.
In de Amst. Crt van 22 Februari 1800 komt o.a. de volgende advertentie voor:
Ik, ondergeteekende, eenigste fabriekeur in steele zeilnaalden in de 1ste Goudsbloemdwarsstraat, het 2de huis van de Goudsbloemsstraat, daar het Wapen van Dantzig uithangt, te Amsterdam, D. 12, Gr. 26.

Zetmeier / Zetmeijer

Huurboer. (zie advertentie)


Zetter

O.a. werkzaam in een drukkerij (hand- en machinezetter). Oorspronkelijk werd alles met behulp van een zethaak uit losse letters gezet. Later kwamen ook zetmachines in gebruik als de Linotype en de Typograph, waar men hele regels mee zette, die na gebruik weer omgesmolten werden en de Monotype, waarmee losse letters werden gezet. De laatste deed vooral dienst voor het betere boekdrukwerk. De zetters werden geacht voldoende melk te drinken om loodvergiftiging te voorkomen. Vaak werd echter de boterham tussen de middag geconsumeerd met ongewassen handen.

Zevenmaker, zeeftemaker

Vervaardiger van allerlei soorten zeven/ziften.

Ziekenfondsbode

Incasseerder voor een ziekenfonds, die de verschuldigde premie kwam halen. Het ziekenfonds betaalde de huisarts, de specialist, de apotheek en zo nodig het ziekenhuis.
Ziekenverpleegster, ziekenverpleger

Ziekenverplegen is niet altijd een beroep geweest. Verplegen was oorspronkelijk een zaak van barmhartigheid, van roeping en godsdienstige plicht.
Inmiddels heeft het zich tot zelfstandig beroep ontwikkeld, met een eigen opleiding, verschillende specialisaties, dienovereenstemmende diploma’s, salarissen en sociale voorzieningen.
Zielverkoper

Man of vrouw die zeelieden wierf, ze tot hun schip vertrok, kost en inwoning verschafte (en bewaakte) en hun uitrusting verzorgde en voor de daardoor ontstane schulden een woekerrente vroeg.

Zijdekramer

Kleinhandelaar in zijden stoffen.

Zijdemanufactuur

Eigenaar van een werkplaats/fabriek waar zijde en zijden stoffen worden verwerkt.

Zijlvester

Bestuurder van een waterschap.

Zijlwaarder, zijlwachter

Sluiswachter, persoon die verantwoordelijk is voor het openen en sluiten van de sluisdeuren en het innen van het sluisgeld.

Zilversmid

Vervaardiger van zilverwerk.

Zilverdraadmakerij, zilvertrekker

Vervaardiger van zilverdraad.

Zinketser

De zinketser etst afbeeldingen op zinkenplaten/plaatjes, die als cliché mee afgedrukt worden bij het hoogdrukproces.
Zoetelaar, zuitelaar

Kleinhandelaar die troepen te velde snoepwaren, proviand en drank levert.
Zolderknecht

Arbeider die op de zolder van een pakhuis werkte, bijv. om graan om te werken.

Zoldermeester

Baas,chef, op een graan-, meel- of moutzolder. Ook beheerder van de graanvoorraden en de inkomsten in natura, die onder meer afkomstig waren van pachten en andere betalingen, die op zolders bewaard bleven tot ze tegen de beste prijs op de markt gebracht konden worden.

Zolderwerker

Een niet in het gilde opgenomen snijders- oftewel kleermakersgezel. Ontdook dus de voorschriften.
Zout- en zeepkramer, zout- en zeep verkoper/verkoopster

Handelaar, resp. handelaarster in zout en zeep.
Zoutstoter/soutstoter, zoutzieder

Na de winning van zout, het darinkdelven, waarbij men door zeewater overspoeld turflagen afstak en verbrandde, waarna de as in grote pannen met zeewater werd gekookt, tot het water verdampt was en het zout overbleef, werd ruw zout geïmporteerd uit Zuidelijke landen als Frankrijk en later ook uit Spanje, waar zout gewonnen werd door verdamping van zeewater in open bassins. Hier te lande werd dit ruwe zout geraffineerd in zoutketen. Dit waren in het algemeen kleine bedrijven.

Zuigster

Dit waren vrouwen, die bij kraamvrouwen de eerste moedermelk afzogen. Dit was voor kraamvrouwen niet zonder risico omdat deze zuigsters soms door syfilitische zweren in hun mond deze ziekte konden overdragen op de kraamvrouwen. Tegenwoordig heeft zuigster een andere betekenis en heeft een plaats gevonden in het seksleven.
Zuivelkoper

Handelaar, eigenlijk grossier in boter en kaas. De kleinhandel van deze producten werd gedaan door kleinkramers en vettewariers.
Zwaardenmaker

Elk zeilschip dat geen kiel heeft, moet uitgerust zijn met een stel zwaarden. Degeen, die de zwaarden vervaardigde/vervaardigt is in wezen een gespecialiseerd timmerman. Dikwijls vervaardigt/de de zwaardenmaker ook andere houten onderdelen van zeilschepen zoals bijv. het roer.
Zwaardveger

Wapensmid primair gespecialiseerd in de vervaardiging en het onderhoud van zwaarden, dolken en hellebaarden. Dit beroep wist zich ook na de riddertijd te handhaven gezien onderstaande advertentie uit de Amst. Crt van 3 november 1796:
P. van Dyk, mr. Zwaardveger, maakt en verkoopt alle soorten van degens, houwers, ringkraagen etc. in het groot en klein….. Verguld ook zilver en koper in het vuur, verzilverd ook dito. Woont op de Oude Turfmarkt op het Gasthuishofje te Amsterdam.
Zwartverver, zwartverfster

De zwartverver/verfster was gespecialiseerd in het zwart verven van allerlei stoffen, o.a. voor rouwgebruiken.

Zwavelstokkenmaker, zwavelstockmaecker

De zwavelstokkenmaker vervaardigde zwavelstokken door dunne houtjes in vloeibare zwavel te dopen.

Zwingelmaker

Vervaardiger van braakstokken, gebruikt bij de verwerking van vlas.